27 september 2021
Nadere (tijdelijke) eisen voor de turboliquidatie?

De minister van Rechtsbescherming heeft onlangs een wetsvoorstel gepubliceerd waarin extra eisen aan de turboliquidatie worden gesteld. De turboliquidatie is een van de manieren waarop een rechtspersoon (zoals een bv) kan worden beëindigd. In dit artikel gaan we in op de turboliquidatie en op het wetsvoorstel met de beoogde wijzigingen.

 

Beëindigen van een rechtspersoon

Soms is een rechtspersoon (hierna spreken we over de bv, maar het kan ook gaan om een nv, stichting of vereniging) overbodig geworden. Dat zien we bijvoorbeeld wanneer sprake is van een project-bv en het project is afgerond. Ook kan sprake zijn van een gedwongen beëindiging wanneer door marktomstandigheden opdrachten zijn weggevallen en de kosten doorlopen. Een bv kan dan op verschillende manieren worden beëindigd of hergebruikt. Door middel van een statutenwijziging kan de bv voor een ander doel worden ingezet of de bv gaat via een fusie op in de holding. Deze opties zien wij veelal toegepast worden als er nog bezittingen zijn. In de gevallen waarin een bv overbodig is geworden of gedwongen moet worden beëindigd kan worden besloten tot ontbinding.

 

Wijzen van ontbinding

Ontbinding vindt in de regel plaats door het nemen van een ontbindingsbesluit, gevolgd door een vereffening. Tijdens de vereffening worden de bezittingen (de wet spreekt over: "baten") te gelde gemaakt en de schulden daarvan betaald. Het resterende saldo (het: "liquidatiesaldo") wordt voldaan aan de rechthebbenden. Dat zijn meestal de aandeelhouders. Zo'n reguliere vereffening wordt regelmatig door ons begeleid. Zijn er meer schulden dan bezittingen dan moet het faillissement worden aangevraagd en zal een faillissementscurator de bv verder afwikkelen. Tot slot is de situatie denkbaar dat er geen bezittingen meer zijn. In dat geval kan een vereenvoudigde route worden gevolgd, die turboliquidatie wordt genoemd. Dit houdt in dat een bv die geen bezittingen meer heeft meteen na het besluit tot ontbinding ophoudt te bestaan. Er hoeft dan dus geen vereffening plaats te vinden. De turboliquidatie wordt ingeschreven in het Handelsregister en daarmee is de bv in hele korte tijd beëindigd en afgewikkeld.

 

Geen bezittingen, wel schulden

Een turboliquidatie kan ook worden toegepast als er geen bezitten maar nog wel schulden zijn. Dat gebeurt in de praktijk jaarlijks tienduizenden keren. De Belastingdienst schrijft in haar "Leidraad Invordering 2008" zelfs met zoveel woorden dat wanneer er geen baten zijn noch te verwachten, een turboliquidatie de voorkeur heeft boven het aanvragen van faillissement. Een turboliquidatie wanneer er enkel schulden zijn is dus in veel gevallen geen probleem, maar misbruik van de turboliquidatie ligt wel op de loer. Hoewel misbruik kan leiden tot (privé) aansprakelijkheid van bestuurders is dat in de praktijk voor schuldeisers vaak geen eenvoudig te nemen route.

 

Vanwege de economische gevolgen van het coronavirus verwacht de wetgever dat de turboliquidatie de komende tijd vaker toegepast zal gaan worden. De voorziene toename van turboliquidaties in combinatie met het risico van misbruik is voor de wetgever aanleiding geweest de Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie voor te stellen en zij hield daarover onlangs een consultatieronde.

 

Het wetsvoorstel beoogt de transparantie van de regeling te vergroten, de rechtsbescherming van schuldeisers te verbeteren en misbruik ervan effectiever te bestrijden. Het wetsvoorstel bestaat uit twee elementen, namelijk aanvullende eisen voor de toepassing van de turboliquidatie en sancties bij onjuiste toepassing c.q. misbruik van de regeling.

 

Verplichte deponering van (financiële) stukken

Als het wetsvoorstel wordt ingevoerd moet het bestuur van de bv voortaan een aantal stukken openbaar maken door deze (in de meeste gevallen) te deponeren bij het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Het gaat om stukken waarin het bestuur financiële verantwoording aflegt. Denk hierbij aan:

  • een slotbalans;
  • een staat van baten lasten;
  • een slotuitdelingslijst voor zover met de resterende baten schulden zijn voldaan; en
  • de jaarrekeningen die op dat moment gedeponeerd hadden moeten zijn.

Ook moet het bestuur een schriftelijke toelichting opstellen en deponeren waaruit de oorzaak blijkt van het ontbreken van baten en het bestaan van eventuele schulden.

 

Vervolgens moet het bestuur alle (bekende) schuldeisers informeren over de deponering. Deze verplichting is vormvrij, het bestuur bepaalt dus zelf hoe zij aan de bekendmakingsverplichting voldoet. Wel kan een rechter de gekozen vorm meewegen als er geschillen zijn ontstaan.

 

Bestrijding van misbruik door een bestuursverbod

In het geval dat er schulden achterblijven, maakt het wetsvoorstel het mogelijk om bestuurders langs civielrechtelijke weg een bestuursverbod op te leggen. Dat wordt mogelijk indien bestuurders:

-      niet aan de voorgestelde deponeringsverplichting hebben voldaan;

-      in aanloop naar de ontbinding doelbewust een of meer schuldeisers aanmerkelijk hebben benadeeld; of

-      herhaaldelijk betrokken zijn geweest bij een ontbinding zonder baten met achterlating van schulden, tenzij hen daarvan geen persoonlijk verwijt treft.

 

Het verbod kan op verzoek van het openbaar ministerie worden opgelegd voor maximaal vijf jaar en vormt een beletsel voor de uitoefening van een functie als bestuurder of commissaris bij andere rechtspersonen.

 

Als een bestuurder geen persoonlijk verwijt te maken valt, dan wordt uiteraard geen bestuursverbod opgelegd.

 

Ontvangen reacties op de consultatie

Er zijn gedurende de consultatieronde 15 openbare reacties op het wetsvoorstel ontvangen. De uitgebrachte adviezen zien onder meer op het stellen van (aanvullende) eisen aan de te deponeren stukken en vormvereisten aan de mededeling aan schuldeisers. Ook wordt voorgesteld om het aantal jaarrekeningen dat gedeponeerd moet worden te beperken en wordt voorgesteld om de wet een permanent karakter te geven. Tot slot wordt voorgesteld om qua sanctionering ook te kijken naar andere mogelijkheden. Denk bijvoorbeeld aan de wettelijke regeling van onbehoorlijk bestuur aangezien de mogelijkheid van het bestuursverbod in de praktijk nog (te) weinig uitvoering wordt gegeven.

 

De consultatieronde is inmiddels gesloten. Het is nu aan het ministerie voor Justitie en Veiligheid om te bepalen of het wetsvoorstel aan de hand van de ontvangen reacties wordt aangepast.

 

(bron: https://wetgevingskalender.overheid.nl/Regeling/WGK011023)

 

mr. M. P. (Mark) van Tuijl

mr. M. P. (Mark) van Tuijl

Mark van Tuijl studeerde Nederlands recht en notarieel recht in Utrecht en werkte de eerste 8 jaar van zijn loopbaan als advocaat en faillissementscurator. Daar deed hij met name ervaring op in het ondernemings- en insolventierecht, vastgoed, financieringen en zekerheden.

Mark is sinds 2018 werkzaam als kandidaat-notaris op onze vestiging te ’s-Hertogenbosch. Zijn werkterrein omvat het ondernemingsrecht in de volle breedte en zowel rechtspersonen (zoals BV’s, NV’s, stichtingen en verenigingen) als personenvennootschappen (bijvoorbeeld de v.o.f. en maatschap).

Mark adviseert onder meer over samenwerken, financieren, zekerheden en bestuurdersaansprakelijkheid. Denk bijvoorbeeld aan fusies, overnames, (her)structureringen, aandeelhoudersovereenkomsten, koop- en verkoop, hypotheek en pandrechten en bestuurdersaansprakelijkheid.


Bekijk alle artikelen van deze auteur
Huijbregts Notarissen maakt gebruik van cookies
Huijbregts Notarissen gebruikt cookies en vergelijkbare technieken om de website goed te kunnen laten werken en om te analyseren hoe de website wordt gebruikt. Als u op de knop Accepteren klikt, worden er daarnaast cookies gebruikt voor advertentiedoeleinden. Dit maakt het mogelijk om van ons afkomstige advertenties buiten deze website relevanter voor u maken. Wilt u dit liever niet, dan kunt u uw instellingen wijzigen.

Accepteren Cookie instellingen