Na een overlijden moet er aangifte voor de erfbelasting worden gedaan. De huidige aangiftetermijn van acht maanden blijkt in de praktijk vaak te kort. In het Belastingplan 2026 is daarom opgenomen dat deze termijn wordt verlengd naar twintig maanden na overlijden. Ook de regels rondom de belastingrente voor de erfbelasting wijzigen mee.
Aangifte erfbelasting
De erfbelasting is een aangiftebelasting. Dat betekent dat erfgenamen of andere belastingplichtigen zelf aangifte moeten doen. Nu geldt dat de aangifte binnen acht maanden na de overlijdensdatum bij de Belastingdienst moet zijn ingediend. In de praktijk leidt dit regelmatig tot tijdsdruk en de noodzaak om uitstel aan te vragen.
Het kabinet heeft daarom besloten de termijn met ingang van 1 januari 2026 te verlengen naar twintig maanden na de overlijdensdatum. Dit moet erfgenamen en adviseurs meer ruimte geven om een juiste en volledige aangifte te doen, zonder direct afhankelijk te zijn van uitstel.
Belastingrente
Op dit moment geldt dat geen belastingrente wordt berekend wanneer de Belastingdienst binnen acht maanden na overlijden een juiste en volledige aangifte ontvangt, of wanneer tijdig een voorlopige aanslag is aangevraagd. Na afloop van de termijn kan wél belastingrente verschuldigd zijn, ook als er uitstel is verleend.
Met de nieuwe regeling schuift ook het startpunt voor de berekening van de belastingrente op: vanaf twintig maanden na overlijden. Dit betekent dat erfgenamen minder vaak met belastingrente te maken krijgen.